Honden en vossen

honden en vossenWat is er te vertellen over honden en vossen in de Bijbel?

Richteren 7 : 5-7

En hij deed het volk afgaan naar het water. Toen zeide de HEERE tot Gideon: Al wie met zijn tong uit het water zal lekken, gelijk als een hond zou lekken, dien zult gij alleen stellen; desgelijks al wie op zijn knieën zal bukken om te drinken. Toen was het getal dergenen, die met hun hand tot hun mond gelekt hadden, driehonderd man; maar alle overigen des volks hadden op hun knieën gebukt, om water te drinken. En de HEERE zeide tot Gideon: Door deze driehonderd mannen, die gelekt hebben, zal Ik ulieden verlossen, en de Midianieten in uw hand geven;

In de Bijbel zijn honden de uitbeelding van heidenen en de 300 van Gideons mannen, die het water met hun tong uit hun hand oplikken zoals een hond dat doet, zijn op typologische wijze honden, lees heidenen. Maar in dit geval heidenen die het Woord van God, namelijk water, tot zich nemen.

Schapen zijn de uitbeelding van de schaapskudde Israëls. De Goede Herder gebruikt honden (de heidenen) als Zijn instrument om de kudde, het volk Israël, bijeen te drijven, of naar de stal te drijven, of naar grazige weiden. Er zijn bepaalde hondenrassen (bepaalde heidense volkeren) die moordenaars zijn van de schaapskudde Israëls. Wanneer de kudde Israëls niet gehoorzaam wil zijn aan de Goede Herder (hun God), dan kan het weleens zijn dat de HEERE het natuurlijk gedrag van de honden (de heidenen) toelaat, waardoor de schapen opgejaagd en uiteen gedreven, gebeten of zelfs gedood worden.

Het Hebreeuwse woord voor hond is kaleb. In dit Hebreeuwse woord kunnen we twee andere Hebreeuwse woorden herkennen (zie plaatje hieronder). K, de eerste letter van het woord, heeft de betekenis van “gelijk”, “als”. Kal, de eerste twee letters, betekent “geheel”, “alles”, “volkomen”. Leb, de laatste twee letters, betekent “hart”. Het Hebreeuwse woord voor hond, “kaleb” kan dus ook vertaald worden als “met geheel het hart”.

honden en vossen

Het woord tong is in het Hebreeuws lashoon. Dit woord wordt vertaald met tong, maar ook met spraak en taal.

De 300 mannen van Gideon likken het water dus als honden, met de tong. De 300 mannen van Gideon zijn de uitbeelding van heidenen, die het Woord van God met geheel hun hart tot zich nemen. Zij geloven het Woord van God van ganser harte. Zij maken dit water, dit Woord, één geheel met hun tong. Zij maken dit Woord tot hun eigen taal, tot hun spraak. Van de 10.000 mannen, die de gehele gemeente voorstellen, zijn er maar 300 die ondanks alle tegenstand, staan, standhouden, staande blijven in hun vertrouwen op de Christus.

Lazarus

In Lukas 16 : 20 en 21 vinden we dezelfde situatie, uitgebeeld in de arme Lazarus, die buiten de poort ligt en wiens zweren door honden gelikt worden.

Lazarus is de Griekse equivalent van Eleazar, de tweede hogepriester, de zoon van Aäron. Aäron vertegenwoordigt het Oude Verbond der Wet. Zijn zoon Eleazar, de opvolger van Aäron, de tweede hogepriester, vertegenwoordigt het Nieuwe Verbond der Genade. Lazarus (Eleazar) ligt buiten de poort, uitgeworpen buiten het systeem, omdat hij melaats is. Zo wordt Christus door de maatschappij gezien, als melaats, en Hij wordt veracht en buitengesloten. Maar gelovige heidenen (de Gemeente) (honden) komen tot Hem om door Hem gevoed te worden, Zijn wonden te likken en zij hebben veel meer gekregen dan alleen de kruimkens van de tafel der rijken (het Joodse volk). Dat volk is door ongeloof juist arm en een waterloos schapenvacht geworden (Richteren 6 : 37-40).

Nog een ander beeld:

De hond is de uitbeelding van de heiden. De kat is de uitbeelding van het hooghartige, arrogante Joodse volk. Aan dat volk waren immers de Woorden Gods toevertrouwd? Daardoor voelt het Joodse volk zich nog steeds hoog verheven boven de heidense volkeren (de honden). Heidenen worden door het Joodse volk beschouwd als “gajus”. Een hond wil graag aangehaald worden. Een kat laat zich goedgunstig aaien.

Binnen de Gemeente, bestaande uit gelovigen uit heidenen en Joden, is dit verschil er niet meer. Want:

Efeze 2 : 14-18

Want Hij is onze vrede, Die deze beiden (Jood en heiden) een gemaakt heeft, en den middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende, heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt, namelijk de wet der geboden in inzettingen bestaande; opdat Hij die twee (Jood en heiden) in Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen, vrede makende; En opdat Hij die beiden (Jood en heiden) met God in één lichaam zou verzoenen, door het kruis, de vijandschap (de wet) aan hetzelve gedood hebbende. En komende, heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd u (heidenen), die verre waart, en dien (Joden), die nabij waren. Want door Hem hebben wij beiden (Jood en heiden) den toegang door één Geest tot den Vader.

Bij de verovering van het beloofde land Kanaän door het volk Israël zien we ook een voorbeeld hiervan. Twee van de twaalf verspieders gingen het land in op grond van hun geloof in God en Zijn beloften, namelijk Jozua (= Jezus) en Kaleb (= hond).

Vossen

Richteren 15 : 4-5

En Simson ging heen, en ving driehonderd vossen; en hij nam fakkelen, en keerde staart aan staart, en deed een fakkel tussen twee staarten in het midden. En hij stak de fakkelen aan met vuur, en liet ze lopen in het staande koren der Filistijnen; en hij stak in brand zowel de korenhopen als het staande koren, zelfs tot de wijngaarden en olijfbomen toe.

Het staat er in dit gedeelte niet bij vermeld, maar de rest van de geschiedenis van Simson kennende, kunnen we ervan uitgaan dat de Geest des HEEREN weer over Simson was vaardig geworden. Het is namelijk een hele prestatie om 300 vossen te vangen, die paarsgewijs met de staarten aan elkaar te binden en ook nog een brandende fakkel tussen de staarten te bevestigen! Over het getal 300 dadelijk meer.

Het Hebreeuwse woord voor vos is “showal” en dit woord betekent: “nauwe maat”, “smalle ruimte”, “kronkelig pad”, “slinks”, “vals”. De vos is een type van valse leraren. Zij doden de schapen. De vos is een beeld van valse leraren die een leven onder de wet prediken.

Psalm 63 : 9-12

Dit zijn de woorden van de HEERE Jezus:

Mijn ziel kleeft U (Mijn God) achteraan; Uw rechterhand ondersteunt Mij. Maar dezen (het Joodse volk), die Mijn ziel zoeken tot verwoesting, zullen komen in de onderste plaatsen der aarde. Men zal hen storten door het geweld des zwaards; zij zullen de vossen ten deel worden. Maar de Koning (de opgestane Christus), zal zich in God verblijden; een ieder, die bij Hem zweert, zal zich in Hem beroemen; want de mond der leugensprekers (de vossen) zal gestopt worden.

Hooglied 2 : 15

Vangt gijlieden ons de vossen, de kleine vossen (valse leraren), die de wijngaarden (prediking en dus bron van eeuwig leven) verderven, want onze wijngaarden hebben jonge druifjes (jong gelovigen).

Klaagliederen 5 : 18

Om des bergs Sions wil, die verwoest is, waar de vossen op lopen.

De vossen (valse leraren der wet) hebben de heerschappij over Sion overgenomen.

Ezechiël 13 : 2-4

Mensenkind, profeteer tegen de profeten Israëls, die profeteren, en zeg tot degenen, die uit hun eigen hart (en dus niet uit Gods hart) profeteren: Hoort des HEEREN Woord. Zo zegt de Heere HEERE: Wee over die dwaze profeten, die hun eigen geest na wandelen, en hetgeen zij niet gezien hebben (vanuit de Schrift of door openbaring van God Zelf). Uw profeten, o Israël, zijn als vossen in woeste plaatsen.

Deze profeten spreken woord en profetieën die uit hun eigen hart, en uit hun eigen gedachten voortkomen. In plaats van te spreken uit Gods Woord en uit Gods hart en door Gods Geest. Door hun valse profetieën en valse leringen wordt het land woest en dor (waterloos).

Lukas 9 : 58; Matthéüs 8 : 20

En Jezus zeide tot hem: De vossen hebben holen, en de vogelen des hemels nesten; Maar de Zoon des mensen heeft niet, waar Hij het hoofd nederlegge.

De Joden (en de mensheid in het algemeen) laten zich wél onderwijzen door valse woorden en leringen en door boze geestelijke machten. Maar men wil niet gebouwd en onderwezen worden door het Woord van de Zoon des mensen. Hij Die Hoofd is boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en alle naam die genaamd wordt.

De HEERE Jezus zegt hiermee ook:

Vossen (= valse leraren der wet) zijn gelijk aan de vogelen des hemels (die de uitbeelding zijn van boze, geestelijke machten die zich ergens in nestelen).

Genesis 15 : 11

Onrein gevogelte wilde het offer, dat voor de HEERE bestemd was, wegnemen. honden en vossen

Daniël 4 : 14

Babel was een machtige boom (= een wereldrijk) geworden, omdat de vogelen des hemels (boze geestelijke machten) zich in de takken van deze boom genesteld hadden.

Matthéüs 13 : 4

De vogelen des hemels pikken het goede zaad (het Woord Gods en Zijn Christus) weg.

Matthéüs 13 : 32

Het ware geloof, uitgebeeld in het mosterdzaadje, is uitgegroeid tot een zeer grote boom, namelijk tot een wereldgodsdienst, doordat de vogelen des hemels zich erin genesteld hebben.

Openbaring 18 : 2

Babylon is de vergaarbak en bewaarplaats van al het onrein en hatelijk gevogelte.

Terug naar de vossen:

Lukas 13 : 31-32

Te dienzelfden dage kwamen er enige Farizeeën, zeggende tot Hem: Ga weg, en vertrek van hier; want Herodes wil U doden. En Hij zeide tot hen: Gaat heen, en zegt dien vos: Zie, Ik werp demonen uit, en maak gezond, heden en morgen, en ten 3e dage, worde Ik voleindigd (dat is Zijn opstanding).

Herodes is: een Edomiet of Idumeeër. Hij is uit het geslacht van Ezau, de oudere broer van Jacob (= Israël). Herodes is een type van de oude mens in Adam, die denkt hogere rechten te hebben dan de nieuwe mens in Christus; daarmee is hij ook een type van het natuurlijke volk Israël, dat denkt hogere rechten te hebben op het eerstgeboorterecht dan de HEERE Jezus Christus.

De Herodianen geloofden dat Herodes de lang verwachte Messias was en alle opeenvolgende Herodessen lieten zich dit uiteraard welgevallen. Herodes was dus een valse leraar en antichrist, want hij stelde zich in de plaats van de HEERE Jezus Christus. Herodes verkondigde eigenlijk dat niet Jezus van Nazareth, maar dat hij de Messias was. Vandaar dat de HEERE Jezus hem een vos noemt.

Richteren 15 :4

En Simson ging heen, en ving driehonderd vossen; En hij nam fakkelen, en keerde staart aan staart, en deed één fakkel tussen twee staarten in het midden.

Simson bindt steeds twee vossen met hun staarten aan elkaar en deed daar tussenin de fakkel. Simson maakte er dus een feestelijke optocht van. Fakkel is in het Hebreeuws het woord lapied en betekent “blinkend vuur”, “vuurbrand”. Fakkelen (lapidiem) zijn de uitbeelding van het Woord van God en van de krachtige werking van Zijn Geest (Pinksteren). Gods vuur brengt  een oordeel over de ongelovige mens en zijn werken, maar brengt leven, warmte en geestdrift aan degene die Zijn Woord omarmen, of oplikken zoals honden. Vuur is dus ook de uitbeelding van het Geestelijk Leven van allen die blijven staan in geloof. Dat vertellen Gideon en zijn driehonderd mannen met hun fakkelen in aarden kruiken, uitbeelding van het Woord en de Geest Gods in de harten en het innerlijk leven van gelovigen.

Richteren 15 : 5

En hij stak de fakkelen aan met vuur, en liet ze lopen in het staande koren der Filistijnen; en hij stak in brand zowel de korenhopen als het staande koren, zelfs tot de wijngaarden en olijfbomen toe.

Het oordeel komt eerst over de vossen (de godsdienstige leidslieden van Israël), en ook over de korenhopen, de eerstelingen van de oogst, uitbeelding van het volk Israël, dat de eersteling, eerstgeboorne onder de volkeren zou zijn. Vervolgens komt het oordeel over de andere volkeren, uitgebeeld in het staande koren.

Onder het Christendom zijn er ook vele vossen, die er eigen leringen op na houden. Zoals: wet; genade vermengd met wet; zelfverbetering; zelfreiniging; eigen werken; milieu; het bij een bepaalde (godsdienstige) groepering moeten behoren; geen hemelse, maar aardse dingen bedenken, de wereld verbeteren. Dit alles gaat ten koste van de oogst. Een oogst, die eigenlijk alleen voor de HEERE bestemd is.

Hosea 4 : 6

Mijn volk is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is; dewijl gij de kennis verworpen hebt, heb Ik u ook verworpen, dat gij MIj het priesterambt niet zult bedienen; dewijl gij de wet (= Thora = onderwijzing) uws Gods vergeten hebt, zal Ik ook uw kinderen vergeten.

En nog even iets over het getal 300:

spreekt van: verlossing, zegt Gideon en spreekt ook over verwoesting en vernieling van de tegenstanders van Gods volk.

spreekt van: trouw (zoals de honden) aan de HEERE en aan Gideon, zegt Richteren 7 : 8 e.v.

spreekt van: de levenswandel. Zoals Henoch wandelde 300 jaar met God, of van Nimrod (getalswaarde 300), die wandelde in goddeloosheid.

spreekt van: verzoening = kaphar = 200.80.20. Verzoening en bedekking van zonden en schuld in Christus (2 Korinthe 5 : 15-21).

spreekt van: overwinning over de natuurlijke mens, zeggen Gideon en zijn bende. Het leidt tot het definitief afleggen van de oude mens wanneer het aarden vat gebroken wordt en het verborgen Leven van Christus in ons geopenbaard wordt.

spreekt van: de behoudenis die er is in de (lengte) van de ark, zegt Noach.

spreekt van: de levenswandel van de Gezalfde des HEEREN, zegt Maria Magdalena. 300 penningen was de prijs voor haar kruik met kostelijke Nardus-olie. (Johannes 12 : 5).

spreekt van: het oordeel over de oude mens en over alles wat de oude mens in deze wereld opgebouwd heeft, zeggen de 300 vossen van Simson.

spreekt van: het aantal vreemde bijvrouwen van Salomo.

spreekt van: de Heiligheid Gods, zegt de omtrek van gehele smetteloos witte omheining van de tabernakel.

honden en vossen

honden en vossen

Ad Leeuwenhage

Het is mijn bedoeling en ook die van mijn vrouw Wil Leeuwenhage, om met deze website de Naam van onze Heiland, de Here Jezus Christus, groot te maken en u aan te zetten tot nadenken over het Woord van God, de Bijbel.

Latest Comments
  1. Cassandra

    Goede studie, lieve Ad. Had me al bezig gehouden met de vraag/het idee dat honden OOK in dienst van de Herder staan, deze uitleg was verhelderend. God’s zegen gewenst met deze site en ik zie uit naar meer, meer, meer 🙂

  2. Gerard Oudijn

    Beste Ad,

    Volgens jouw beschrijving hierboven zijn de 300 man degenen die het water rechtstreeks tot zich genomen hebben, maar volgens mij is het juist precies andersom

    Richteren 7:6
    Toen was het getal dergenen, die met hun hand tot hun mond gelekt hadden, driehonderd man; maar alle overigen des volks hadden op hun knieën gebukt, om water te drinken. En de HEERE zeide tot Gideon: Door deze driehonderd mannen, die gelekt hebben, zal Ik ulieden verlossen, en de Midianieten in uw hand geven.

    De 3oo man die het water via de hand genomen hadden, worden uitgekozen. Een uitbeelding van zij die het woord niet rechtstreeks ontvangen, maar door de hand van de Middelaar (Hebr. 1:1).

    groet!
    Gerard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *