Pasen

Pasen, het centrale en cruciale thema in heel de Bijbel is de opstanding van de HEERE Jezus Christus uit de dood.Pasen, het centrale en cruciale thema in heel de Bijbel is de opstanding van de HEERE Jezus Christus uit de dood.

Lukas 24:1-8: En op den eersten dag der week, zeer vroeg in den morgenstond, gingen zij naar het graf, dragende de specerijen, die zij bereid hadden, en sommigen met haar. En zij vonden den steen afgewenteld van het graf.  En ingegaan zijnde, vonden zij het lichaam van den Heere Jezus niet. En het geschiedde, als zij daarover twijfelmoedig waren, zie, twee mannen stonden bij haar in blinkende klederen. En als zij zeer bevreesd werden, en het aangezicht naar de aarde neigden, zeiden zij tot haar: Wat zoekt gij den Levende, bij de doden? Hij is hier niet, maar Hij is Opgestaan.  Gedenkt, hoe Hij tot u gesproken heeft, als Hij nog in Galilea was. Zeggende: De Zoon des mensen moet overgeleverd worden in de handen der zondige mensen en gekruisigd worden, en ten derden dage wederopstaan. En zij werden indachtig Zijner woorden.

1 Korinthe 15:17: En indien Christus niet opgewekt is, zo is uw geloof tevergeefs, zo zijt gij nog in uw zonden.

Als er geen Opstanding is, dan zijn wij nog in onze zonden en zijn we alsnog verloren.

Belangrijkste Christelijke feest

Pasen is dan ook het belangrijkste en grootste feest voor gelovigen in Christus. Hoewel daar een groot drama aan vooraf moest gaan: de menswording, het lijden, de kruisiging en het sterven van de HEERE Jezus Christus.

Omwenteling

De zonden der wereld werden door de HEERE Jezus weggedragen aan het kruishout. De HEERE Jezus leed en stierf voor onze zonden en voor die van de gehele wereld. In Zijn opstanding is Hij als de Christus de Eersteling geworden van de Nieuwe Schepping. Alleen in Hem is het Leven en de onverderfelijkheid.

Johannes 11:24: De HEERE Jezus Christus is de opstanding en het Leven en wie in Hem gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven.

De Losser

1 Petrus 1:20; Openbaring 13:8: Zelfs voordat er maar een Schepping was, stond het al vast dat het Lam Gods de zonden der wereld zou wegdragen aan het kruishout. Het wachten was op de komst van het Lam Gods, onze Verlosser en Zaligmaker, de HEERE Jezus Christus. Via de geslachtsregisters in de Bijbel blijkt Hij te zijn:

  • de Zoon en Erfgenaam van de troon van God.
  • de Zoon en Erfgenaam van de troon van David.
  • de Zoon en Erfgenaam van de troon van Adam, met alle daarbij horende verantwoordelijkheden. Hij is dan ook de Zoon des mensen en dus, als hoofd van de gehele mensheid, is Hij de Go-el, danwel de (Ver)Losser.
  • De Losser heeft niet de plicht, maar wel het recht, om de schuld van een familielid op zich te nemen en die schuld, in overeenstemming met de eis van de schuldeiser, te voldoen. Als de Losser, als de Verlosser had de HEERE Jezus niet de plicht, maar wel het recht om de schuld van de gehele mensheid in Adam te voldoen. Dit uiteraard op die wijze, die door de Schuldeiser vastgesteld was.

Schuld en betaling

De Schuldeiser zegt: De ziel die zondigt, zal sterven. (Ezechiël 8:4) En aangezien alle mensen in Adam gezondigd hebben, zullen zij allen moeten sterven. (Romeinen 5:12) Degene, Die in de plaats van allen aan het hout hing, werd dan ook door God tot zondaar gemaakt en Hij droeg de vloek van die allen. (Galaten 3:10)

2 Korinthe 5:15 e.v.: Als die dit oordelen, dat, indien Een voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn. En Hij is voor allen gestorven, opdat degenen, die leven, niet meer zichzelven zouden leven, maar Dien, Die voor hen gestorven en opgewekt is.

Wij zijn gestorven

En zo wordt onder andere in dit vers op gecomprimeerde wijze de inhoud van het Paasfeest weergegeven. Namelijk dat wij met de HEERE Jezus Christus, Die het Lam Gods is, gestorven zijn. Wij zouden dus ook zo rekenen, dat wij naar onze oude mens in Adam gestorven zijn …

Wederom geboren

… Opdat de nieuwe mens, namelijk het opstandingsleven van Christus Jezus onze HEERE, de genadegift Gods die wij ontvangen op grond van geloof in Hem, in ons geleefd en beleefd zou worden. Een leven wat alleen nog tot dienst en tot verheerlijking van God en dus tot een lieflijke reuk voor God is.

Zo wordt het ongeveer gezegd bij de instelling van het Pascha

In het bijzonder bij het feest van Pascha. Pascha is één van de grote feesten of hoogtijden des HEEREN. In de geschiedenis van het Joodse volk is het echter verworden tot “een feest der Joden”.

Ook in onze tijd is het Pascha des HEEREN veranderd in “een feest der Christenen”. Want het opstandingsleven van Christus staat in dit feest niet meer centraal, maar het leven naar de oude mens, de “paashaas” en de “paaseieren”. En “hoop”, men weet alleen niet waarop. Een andere “hoop” dan de Hoop die de Bijbel leert!

Paasfeest

Het Hebreeuwse woord Pascha = Pesach = voorbijgaan

  • Pascha spreekt over: bevrijd worden van elke vorm van slavernij
  • Pascha spreekt over: dat de Eerstgeborene, de Losser, de Go-el, zal sterven
  • Pascha spreekt over: dat allen die het eerst geboren zijn (= allen in Adam) zullen sterven
  • Pascha spreekt over: dat de verderver aan je deur voorbijgaat op grond van je geloof in het volbrachte verlossingswerk van het Lam Gods, Die in Zijn opstanding tot bebloede, dus levende deur geworden is
  • Pascha spreekt over: verlost worden van de wereld, de maatschappij, de wet, de zonde, de zonden, het vlees, de oude mens, het eigen ik, enz.

1 Korinthe 5:7 en 8: Als dan ons Pascha voor ons geslacht is: Zuivert dan den ouden zuurdesem uit, opdat gij een nieuw deeg zijn moogt, gelijk gij ongezuurd zijt. Want ook ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus. Zo dan laat ons feest houden, niet in den ouden zuurdesem, noch in den zuurdesem der kwaadheid en der boosheid, maar in de ongezuurde broden der oprechtheid en der waarheid.

  • Feest is het op basis van de derde dag
  • Feest is het op basis van de opstanding van Christus
  • Feest dat gevierd wordt buiten de legerplaats

U kent de geschiedenis uit Exodus?

Het volk Israël is in slavernij in Egypte. Wanneer de volheid des tijds aangebroken is voor de verlossing van het volk Israël, wordt Mozes door de HEERE naar de Farao van Egypte gezonden. Verschillende keren vraagt de HEERE dan via Mozes aan Farao, of Farao het volk van God wil laten gaan, opdat het volk de HEERE zou kunnen feestvieren buiten de legerplaats, in de woestijn. En elke keer wanneer Farao weigert en zijn hart verhardt, komt er een plaag over Egypte.

  • Exodus 7:16:
  • Mozes zegt: Laat Mijn volk trekken, dat het de HEERE zal dienen in de woestijn.
  • Maar de Farao van Egypte, uitbeelding van de overste dezer wereld, wil niet dat de levende God in vrijheid gediend wordt.
  • Exodus 8:8:
  • Mozes zegt: Laat het volk trekken, dat zij den HEERE offeren in de woestijn.
  • Exodus 8:25:
  • Na de eerste plaag zegt Farao: Laat ze maar in Egypte uw God offeren…
  • Exodus 8:28:
  • Na de volgende plaag zegt Farao: Ga dan maar naar de woestijn, maar geen drie dagen van hier…
  • Exodus 10:3:
  • Mozes zegt: Laat het volk trekken, dat zij de HEERE dienen in de woestijn.
  • Exodus 10:8:
  • Na de volgende plaag zegt Farao: Ga heen, en dient den HEERE uw God, maar jullie doen hier niet allemaal aan mee…
  • Exodus 10:9:
  • Mozes zegt: We gaan allemaal en ook ons vee. We willen namelijk allemaal de HEERE offeren en de HEERE feestvieren in de woestijn.
  • Exodus 10:10:
  • Na de volgende plaag zegt Farao: Ga heen, en neem de kinderen maar mee, maar de mannen en vrouwen blijven hier…
  • Exodus 10:24:
  • Na de volgende plaag zegt Farao: Ga allemaal maar, en dient de HEERE in de woestijn, alleen uw schapen en uw runderen blijven hier…
  • Exodus 10:25 en 26:
  • Mozes zegt : We zullen gaan met onze jonge en met onze oude lieden; met onze zonen en met onze dochteren, met onze schapen en met onze runderen zullen wij gaan; want wij hebben een feest des HEEREN.
  • En nadat Farao ook na de negende plaag weigert om het volk Israël te laten gaan, zegt de HEERE tot Mozes dat Hij de macht van de Farao van Egypte te niet zal doen door het Lam Gods, de Christus. Farao is hier een uitbeelding van de overste dezer wereld en van alles waar de overste dezer wereld zich van bedient, zoals de wet, de zonde, het vlees en de oude mens. Daarna zal er feest gevierd worden in ongezuurde broden der oprechtheid en der waarheid.

Exodus 12:1-5

De HEERE nu had tot Mozes en tot Aäron in Egypteland gesproken, zeggende: Deze zelfde maand zal ulieden het hoofd der maanden zijn; zij zal u de eerste van de maanden des jaars zijn. Spreekt tot de ganse vergadering van Israël, zeggende: Aan den tienden dezer maand neme een iegelijk een lam, naar de huizen der vaderen, een lam voor een huis. Maar indien een huis te klein is voor een lam, zo neme hij het en zijn nabuur, de naaste aan zijn huis, naar het getal der zielen, een iegelijk naar dat hij eten kan; gij zult rekening maken naar het lam. Gij zult een volkomen lam hebben, een manneken, een jaar oud; van de schapen of van de geitenbokken zult gij het nemen.

Het Lam Gods

De 7e maand werd dus de 1e maand van het jaar. Op de 10e van de 1e maand moest men een Lam in huis nemen. Als dit lam te groot was voor één huisgezin om helemaal op te kunnen eten, dan zou men het delen met een ander huisgezin. Het zou een volkomen lam zijn, een mannetje van één jaar oud.

Dit Lam zou 4 dagen in het huisgezin zijn en op de avond van de 14e van de 1e maand, zou elk huisgezin zijn Lam slachten, tussen de vroege avond en de late avond. (Galaten 4:4 en 5) Het bloed van het Lam zou men nemen en men zou dat strijken aan beide zijposten en aan de bovendorpel van de deur van het huis, waarin men het Lam ging eten. In diezelfde nacht zou men het vlees aan het vuur braden en met ongezuurde broden en bittere saus eten.

Exodus 12:6-10

En gij zult het in bewaring hebben tot den veertienden dag dezer maand; en de ganse gemeente der vergadering van Israël zal het slachten tussen twee avonden. En zij zullen van het bloed nemen, en strijken het aan de beide zijposten, en aan den bovendorpel, aan de huizen, in welke zij het eten zullen. En zij zullen het vlees eten in denzelfden nacht, aan het vuur gebraden, met ongezuurde broden; zij zullen het met bittere saus eten. Gij zult daarvan niet rauw eten, ook geenszins in water gezoden; maar aan het vuur gebraden, zijn hoofd met zijn schenkelen en met zijn ingewand. Gij zult daarvan ook niet laten overblijven tot den morgen; maar hetgeen daarvan overblijft tot den morgen, zult gij met vuur verbranden.

Twee maaltijden

Er komen na elkaar twee maaltijden op één en dezelfde tafel.

  • 1: “Het geslachte Lam met bittere saus”  &  2: “Brood en wijn”
  • 1: “Het leven van het Oude Verbond”      &  2: “het Leven van het Nieuwe Verbond”

Dood en opstanding direct na elkaar

Op die 14e van de 1e maand vond dus eigenlijk “dood en opstanding” plaats. Het Lam werd geslacht en werd gegeten, omdat men zo deel had aan de dood van het Lam. Het bloed, namelijk het leven van het Lam, werd gestreken aan de deur. En zo werd deze deur tot een opgestane levende deur!

Zuurdesem weg en buiten de legerplaats

Vanaf de 14e mocht er in huis geen zuurdesem meer aanwezig zijn en at men ongezuurd. Vanaf de 15e begon het Feest van Pascha. Ook genoemd het Feest van ongezuurde Broden. Er werd zeven dagen lang alleen nog brood gegeten dat ongezuurd was. Men had dus geen gemeenschap meer met brood, leven, woord, van de vorige dag.

Zuurdesem, waarmee brood gezuurd wordt, maakt dat het brood meer lijkt dan het is. Zuurdesem is eigenlijk brooddeeg dat bewaard is van de vorige dag. Ongezuurd brood is dus brood wat niets meer te maken heeft met het brood, met de voeding, met het leven van de vorige dag. Als wij onder het Nieuwe Verbond der Genade leven, vallen wij in niets weer terug op het Oude Verbond der wet.

Van de dood blijft niets over

Men zou het vlees van het Lam niet rauw eten en ook niet koken, maar men zou het in zijn geheel op of aan het vuur braden. En van dat geslachte Lam mocht niets overblijven tot de morgen. En wat wel overbleef tot de morgen zou met vuur verbrand worden.

Op de 15e van de 1e maand, op het Féést van Pascha, zou er dus geen gedachtenis meer aan het geslachte Lam zijn. Het geslachte Lam zou er gewoon niet meer zijn, maar wèl de staande, levende Deur.

De dood ligt achter ons

De nadruk van ons geloofsleven zou dus niet liggen op de vernedering, het lijden en sterven van de Heere Jezus. De nadruk ligt op het Léven van de HEERE Jezus Christus. Op de vrije toegang tot de genadetroon die wij hebben gekregen door Hem.

Nu reeds een nieuw schepsel

Door geloof in de Opgestane en Levende Deur, zijn we een nieuwe schepping geworden en binnen gegaan. Zolang we nog in deze wereld van de 7 zijn, hebben wij niets meer te maken met zuurdesem, dat is wet, zonde, valse leer, geveinsdheid, leugen, het oude verbond, oude mens.

Klaar om te gaan

“Dus maak je klaar, om Mij achterna te wandelen in de woestijn!” zegt onze Heer. “Gij zult het Lam eten met uw lenden opgeschort, en uw schoenen aan uw voeten, en uw staf in uw hand; en gij zult het met haast eten; het is des HEEREN Pascha.”

Ad Leeuwenhage

Het is mijn bedoeling en ook die van mijn vrouw Wil Leeuwenhage, om met deze website de Naam van onze Heiland, de Here Jezus Christus, groot te maken en u aan te zetten tot nadenken over het Woord van God, de Bijbel.